Brief van de heer van der Wal

vdwalOnderstaand de brief die de heer van der Wal, oud-directeur van onze school in de periode 1967 tot en met 1973 aan de Reüniecommissie heeft gestuurd. Deze brief is volledig weergegeven. De reünie commissie heeft deze reactie van de heer van der Wal bijzonder gewaardeerd.

 

Rolde, 6 januari 2020

Aan de Reüniecomissie RHBS | MSvM in Appingedam

 

Beste mensen,

Van Jan Engel van Delden (oudleraar natuurkunde, wonende in Assen) hoorde ik va de komende reünie voor betrokkenen in de periode tot 1968/72. Het is de tijd waarin ik als directeur/rector aan de school verbonden ben geweest. Om meerdere redenen zal ik niet aan de reünie kunnen deelnemen; laten we het houden op sterk teruggelopen mobiliteit door de leeftijd (86). Het initiatief steun ik van harte en daarom laat ik met deze brief toch ook iets van me horen.

In 1967 werd ik als laatste in Nederland benoem als directeur van een RHBS; een jaar later werd dat de rector van de Rijksscholengemeenschap in Appingedam. De benoeming kreeg nogal wat publiciteit omdat ik toen de jongste schoolleider was. Tijdens mijn periode is er binnen onderwijsland veel veranderd. Dat geld ook voor Appingedam. De leerlingen van de HBS en MSvM konden nog binnen het oude systeem eindexamen doen. Intussen kregen nieuwe leerlingen en hun ouders te maken met het onderwijs volgens de nieuwe mammoetwet. 

Organisatorisch veranderde er veel door de nieuwe structuur met HAVO en VWO en de daarbij behorende keuzepakketten. Er kwam een ouderraad en een leerlingenraad, een schooldecaan en zelfs een schoolpedagoge. De lerarenvergadering kreeg ook een belangrijke taak bij de invulling van de wet. Maar het belangrijkste was toch wel de onderwijskundige kant. Voor het eerst kreeg de school de gelegenheid om - binnen grenzen- een eigen beleid te maken. In tegenstelling tot gemeentescholen was een rijksschool relatief onafhankelijk. De minister als schoolbestuur was ver weg in Den Haag en controleerde alleen op hoofdzaken.

Kernpunt in de vernieuwing was het beleid voor de brugklas. De school verving het bekritiseerde toelatingsexamen door testen in de hoogste klas van de toeleverende lagere scholen. De directeur van de kweekschool in Appingedam vervulde een centrale rol bij de samenstelling van de toetsen die een paar keer in het jaar werden afgenomen. Pas later kwam de Cito-toets in beeld. 

Nieuw was de samenwerking met de ULO (MAVO-)scholen in de regio. In alle brugklassen van de RSG en de MAVO-scholen werden in de brugklas op gezette tijden in Nederlands en wiskunde dezelfde proefwerken gemaakt om voor de leerlingen zo goed mogelijk het niveau in te schatten. Hierdoor kon vaak alsnog een tijdige doorstroming plaatsvinden. Voordat de samenwerking tot stand kwam moest er eerst wel heel wat "oud zeer" worden opgeruimd. De relatie tussen de HBS en de ULO scholen was lange tijd niet erg goed geweest. De redenen laten zich raden.

Nieuw was ook de invulling van de taakuren: steun voor leerlingen met problemen en verrijkingslessen voor de betere leerlingen. In de bovenbouw kregen de betere leerlingen nog ruimte in de rooster van de gekozen vakken de keuze uit aanvullende vakken zoals sterrenkunde en Spaans. Iets later kon ook voor het eerst Latijn aan de school gegeven worden.
Voor mij was de handhaving van het uur Bijbelkennis voor alle leerlingen in de onderbouw een belangrijk punt. Heel nadrukkelijk niet als een vorm van godsdienstonderwijs (de school is een openbare school!) maar als basisvak voor de culturele uitingen zoals de literatuur, de schilderkunst en de muziek. Helaas hebben bezuinigingen van de rijksoverheid ervoor gezorgd dat tien jaar later bepaalde positieve verworvenheden werden teruggedraaid. 

Bij mijn komst in 1967 viel ik meteen met de neus in de boter: de viering van het 50 jarige bestaan van de school. Foto's van de festiviteiten vormen nog een mooie docenten 1971herinnering. BIjzonder was ook dat juist in dat jaar alle examenkandidaten van HBS-A, HBS-B en de MSvM het diploma behaalden, Leuk voor een nieuwe directeur, maar vooral een bewijs van de kwaliteit van het lerarencorps, een mooi mix van wat ouder en jonger. Ik ben dankbaar dat de leden van de schoolleiding en de leraren mij als jonge, enthousiaste onderwijsman de gelegenheid hebben geboden om de school in de nieuwe tijd in te leiden. Een bewijs van de genoemde kwaliteit is ook wel dat in de jaren na mijn vertrek uit Appingedam vijf leraren van de school ergens in het land rector van een scholengemeenschap zijn geworden, De toen van het corps gemaakt foto bekijk ik af en toe met enige nostalgie. In 1973 werd ik benoemd als inspecteur van het voortgezet onderwijs in het noorden van het land. Een heel andere functie, ook interessant maar toch meer afstandelijk.

Juist het contact met zo veel verschillende mensen in de school maakte de rol als schoolleider boeiend: leerilngen, ouders, leraren en niet te vergeten het zogenaamde niet-onderwijzend personeel. Ik denk dan aan conciërge Jakob Janssens en het gezin dat naast de school woonde. Nog altijd vind ik dat deze belangrijke functie in een school onvoldoende gehonoreerd wordt. Ik denk aan Willem Borrèl, de tuinman-stoker, de man met gouden vingers voor alle soorten werkzaamheden. Zijn vrouw Mia was met nog enige dames schoonmaakster van de school. Aan het einde van de maand betaalde ik hen nog in contanten uit.

MIsschien kan deze korte terugblik nog interessant zijn voor deelnemers aan de reünie. Waar jullie dat zinnig vinden mag deze tekst dan ook daarvoor gebruikt worden. Ik wens jullie veel succes en vooral ook plezier bij de voorbereiding van de reünie. 

 

Vriendelijke groet, R. van der Wal

 


Afdrukken   E-mailadres

Je kunt alleen reacties plaatsen als je bent ingelogd.